foramen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fo·ra·men
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord foramen foramina
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

foramen o

  1. (anatomie) opening in een bot of ander weefsel, vaak als doorgang voor zenuwen, bloedvaten of spieren
    • Voorafgaande aan de injectie dient men de locatie van het foramen te bepalen, dit kan het gemakkelijkst via extra orale palpatie. [1]

Gangbaarheid

4 % van de Nederlanders;
31 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen