floep aan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • floep aan
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
aanfloepen

floep aan

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanfloepen
    • Ik floep aan. 
  2. gebiedende wijs van aanfloepen
    • Floep aan! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van aanfloepen
    • Floep je aan? 


Gangbaarheid