feeënland

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fee·en·land
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord feeënland feeënlanden
verkleinwoord feeënlandje feeënlandjes

Zelfstandig naamwoord

feeënland o

  1. het imaginaire sprookjesland waar feeën leven
    • Ongeveer tegelijk ontsnapt in het naburige feeënland een vroegrijpe boreling voortijdig uit haar kool en belandt bij de drie tantetjes. Die adopteren haar wat graag, noemen haar Hazel, en nemen haar meteen mee naar het grote Walpurgisfeest. Dat loopt helemaal uit de hand wanneer de kleine Hazel zich bemoeit met een belspelletje waarmee de aanwezige heksen, tovenaars en monsters allerlei nutteloze spullen kunnen winnen - een schitterende parodie op onze consumptiemaatschappij. [1] 


Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.


Verwijzingen

  1. De Standaard 18 MAART 2008 (mk) Heksen en belspelletjes