farmersalade

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • far·mer·sa·la·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord farmersalade farmersalades
verkleinwoord farmersaladetje
farmersalaadje
farmersaladetjes
farmersalaadjes

Zelfstandig naamwoord

farmersalade v / m

  1. (voeding) een salade op basis van een yoghurtsaus met selderij, wortel en meer.
    • Op mijn brood had ik farmersalade. 

Gangbaarheid