falangist

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

teken van de falangisten in Spanje
Uitspraak
Woordafbreking
  • fa·lan·gist
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord falangist falangisten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

falangist m

  1. iemand die een aanhanger is van het falangisme (Spanje en Libanon) een conservatieve christelijke ideologie die fascistoïde trekken heeft
    • „Ik heb één situatie meegemaakt dat ik moest schieten [in de lucht], maar toen durfde ik niet. Je wordt ook een beetje bang gemaakt óm te gaan schieten, want je denkt ook verder na over de gevolgen. Stel, ik schiet één van die falangisten dood, of gewond. Wat is dan de reactie wat erop volgt? Er wordt teruggeschoten en ze schieten die mannetjes dood. Dan ben ik daar in feite verantwoordelijk voor, want ik ben begonnen. [1] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. NRC Emilie van Outeren 8 september 2011
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be