extraer

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ex·tra·er
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
extraer
extraía
extraído
volledig

Werkwoord

extraer

  1. (overgankelijk) uittrekken, naar buiten trekken
  2. (medisch) extraheren, wegnemen
  3. delven, graven, winnen
  4. (scheikunde) extraheren, afscheiden
  5. uitpersen (van fruit)
Verwante begrippen
Synoniemen
Verwijzingen