exposure

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ex·po·sure
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord exposure exposures
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

exposure m

  1. aandacht in de media voor iets of iemand
    • Ze gaf op en vertrok van het eiland. Haar onbegrijpelijke tirade leidde wederom tot de vraag die ik me deze weken vaker stelde: waarom heeft zij in vredesnaam meegedaan aan het programma? De exposure? Het geld? BN’ers schijnen zo’n tien tot vijftienduizend euro te krijgen, maar I am Aisha – zoals haar artiestennaam luidt – heeft volgens mij nooit haar ware ik laten zien. [2] 
    • "Misschien is het wel beter om níet te winnen", concludeert Van den Heuvel. "Je hebt wel de exposure van de show, maar niet de hele rompslomp erna. Je kunt je eigen ding doen. Ik ben niet ‘Niels van So You Think You Can Dance, maar gewoon Niels." [3] 
    • "De redactie bedenkt dit soort namen gewoon omdat mensen niet met hun echte naam op tv willen, en het levert EditieNL extra exposure op", aldus een boze kijker, die daarmee een stroom aan reacties veroorzaakte. Avontuur – voor eens en voor altijd: het is zijn echte naam, géén artiestennaam – kan er hartelijk om lachen. [4] 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
77 % van de Vlamingen.

Verwijzingen