existentieel
Uiterlijk
- exis·ten·ti·eel
- afgeleid van existentie met het achtervoegsel -eel
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | existentieel | existentiëler | existentieelst |
| verbogen | existentiële | existentiëlere | existentieelste |
| partitief | existentieels | existentiëlers | - |
existentieel [1]
- betrekking hebbend op, beschouwd uit een oogpunt van het bestaan (de existentie)
- ▸ De woordvoerder van president Poetin, Dmitri Peskov, zei in maart nog dat de uitbreiding van de NAVO met deze twee landen 'geen existentiële bedreiging' voor Rusland betekent.[2]
1.
- Het woord existentieel staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "existentieel" herkend door:
| 90 % | van de Nederlanders; |
| 93 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron “Finse politieke leiders willen toetreden tot de NAVO, Rusland ziet dreiging” (12 mei 2022), NOS - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be