exalteren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • exal·te·ren
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

exalteren [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
exalteren
exalteerde
geëxalteerd
zwak -d volledig
  1. (te) enthousiast of uitbundig over iets raken, in geestvervoering raken
    • Nieuws is in zo'n krantje alleen het exalterende, het bizarre, het schandalige en het verontrustende. Aan wat een eindje verderop in de wereldparochie gebeurt, heeft het blad geen boodschap, tenzij het een foto oplevert die dramatisch of bijzonder grappig is. In een land dat met een levensgroot onderwijsprobleem zit, is het niet direct een instrument van Bildung.[2] 
    • Israel heeft de shiíeten deze week een martelaar van formaat in handen gespeeld. Dat spreekt tot de verbeelding van deze gemakkelijk te exalteren tak van de islam en geeft de wil tot wraak nieuwe spierkracht.[3] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

69 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. 24 JUNI 2002 Marcel van Nieuwenborgh de Standaard
  3. NRC Salomon Bouman 20 februari 1992