erepark

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

erepark
Uitspraak
Woordafbreking
  • ere·park
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord erepark ereparken
verkleinwoord ereparkje ereparkjes

Zelfstandig naamwoord

erepark o

  1. deel van een begraafplaats waar belangrijke personen begraven liggen
     Het was Rosseels’ wens om hier begraven te worden. Gezien haar verdiensten had ze in aanmerking kunnen komen voor een plaats op Erepark Schoonselhof in Antwerpen.[1]
     In 1953 werd de naam van Gijssels aan een nieuwe straat op Linkeroever (Antwerpen) gegeven. Twee jaar later werd zijn graf overgebracht naar het Erepark van de begraafplaats Schoonselhof.[2]

Gangbaarheid

55 % van de Nederlanders;
61 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron Mariëlle Oussoren-Buys “„Wandelen? Daar deed Maria Rosseels niet aan”” (06-08-2016), Reformatorisch Dagblad
  2. Bronlink Weblink bron svg “Waar ‘weiden als wiegende zeeën, die groenen langs stroom en rivier’ in de startnota van N-VA vandaan komt” (12/08/2019), De Standaard
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be