energierekening
Uiterlijk
- ener·gie·re·ke·ning
- samenstelling van energie en rekening
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | energierekening | energierekeningen |
| verkleinwoord | energierekeningetje | energierekeningetjes |
de energierekening v
- de factuur voor de verbruikte hoeveelheid energie.
- In april mag de energierekening niet stijgen.
- Britse premier Starmer vergelijkt Trump met Poetin en geeft beiden schuld van hoge energierekening.[1]
- Het woord energierekening staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.