elf en een half

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • elf en een half
Woordherkomst en -opbouw

Hoofdtelwoord

elf en een half

  1. 11½ (of 11,5); het getal halverwege tussen elf en twaalf
    • De rugzak woog elf en een half kilo en mocht mee als handbagage. 
    • De helft van drieëntwintig is elf en een half. 
Synoniemen

Gangbaarheid

Verwijzingen