eigenheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ei·gen·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eigenheid eigenheden
verkleinwoord eigenheidje eigenheidjes

Zelfstandig naamwoord

eigenheid v [1]

  1. dat wat iemand niet gemeenschappelijk heeft met anderen maar kenmerkend is voor die persoon zelf
Synoniemen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen