eetpeer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • eet·peer
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord eetpeer eetperen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

eetpeer v/m

  1. peer die je direct kunt eten zonder te koken of te stoven
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

36 % van de Nederlanders;
58 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be