dumbbell

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

oefening met dumbbells
Uitspraak
Woordafbreking
  • dumb·bell
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels
enkelvoud meervoud
naamwoord dumbbell dumbbells
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dumbbell m

  1. (sport) een korte staaf (halter), met een vast gewicht, of waar losse gewichten aan kunnen worden bevestigd dat gebruikt wordt bij krachttraining
     De man was sinds de zomer suïcidaal. Op de dag dat hij de moorden pleegde, door zijn zusje te wurgen en zijn moeder en oma meermalen met een dumbbell op het hoofd te slaan, was hij bang dat zijn familie hem van een zelfmoordpoging zou weerhouden.[1]
     Ook bij de dumbbell press-oefening waarbij Tavares 46 kilo aan gewicht in beide handen strak de lucht in duwt. "Deze oefening, op díe manier uitgevoerd, dat doet alleen Rico Verhoeven hem na", zegt Kroon vastberaden.[2]

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Tien jaar cel en tbs voor jongen (18) die familie ombracht” (10-01-2017), Tubantia
  2. Bronlink Weblink bron Marcel Wijnstekers“Hoe een projectontwikkelaar een kickbokser naar de WK-titel leidt” (01-10-2017), Tubantia