dramaturg
Uiterlijk
- dra·ma·turg
afgeleid van δρᾶμα, δράματος, drâma, drámatos (actie; drama) en ἔργω, érgô (werken; doen; maken)
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | dramaturg | dramaturgen |
| verkleinwoord | - | - |
de dramaturg m
- (toneel), (beroep) toneelschrijver of toneelschrijfster
- (toneel), (beroep) iemand die de programmakeuze van een toneelgezelschap verzorgt en de regisseur vertelt hoe de voorstelling op de toeschouwer overkomt
1.
- Het woord dramaturg staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "dramaturg" herkend door:
| 71 % | van de Nederlanders; |
| 75 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Toneel in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 71 %
- Prevalentie Vlaanderen 75 %