Naar inhoud springen

dou

Uit WikiWoordenboek
  enkelvoud meervoud
onderwerp voorwerp onderwerp voorwerp
1e persoon ik
'k
mij
me
wij
we
ons
2e persoon
(informeel)
jij
je
jou
je
julliejullie
2e persoon
(formeel)
uuuu
2e persoon
(regionaal)
gij
ge
ugij
ge
u
3e persoon
(mannelijk)
hij
ie
hem
'm
zij
ze
(dat.) hun
(acc.) hen
ze
3e persoon
(vrouwelijk)
zij
ze
haar
'r, d'r
3e persoon
(onzijdig)
het
't
het
't
3e persoon
(genderneutraal)
henhen
Boven: benadrukte vorm. Onder: onbenadrukte vorm
  • dou

dou

  1. shrijfwijze van du
    • Dou bist welkom. 
   1. zie: du   
enkelvoud meervoud
naamwoord dou -

dou

  1. (meteorologie) dauw


  • dou

dou

  1. derde persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs van het imperfectieve werkwoord jít