doorzaagt

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • door·zaagt

Werkwoord

vervoeging van
doorzien

doorzáágt

  1. gij-vorm verleden tijd van doorzien
    • Gij doorzaagt. 

Werkwoord

vervoeging van
doorzien

dóórzaagt

  1. (in een bijzin) gij-vorm verleden tijd van doorzien

Werkwoord

vervoeging van
doorzagen

dóórzaagt

  1. (in een bijzin) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorzagen
    • ... dat jij doorzaagt. 
  2. (in een bijzin) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van doorzagen
    • ... dat hij doorzaagt.