doorhaling
Uiterlijk
- Geluid: doorhaling (hulp, bestand)
- IPA: / 'dorhalɪŋ / (3 lettergrepen)
- door·ha·ling
- afleiding van naamwoord van handeling van doorhalen met het achtervoegsel -ing [1][2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | doorhaling | doorhalingen |
| verkleinwoord | doorhalinkje | doorhalinkjes |
de doorhaling v
- met een pennenstreek onleesbaar maken van iets
- iets of iemand van een lijst verwijderen
- ▸ Vorig jaar zijn opnieuw meer accountants uit hun beroep gezet. De Accountantskamer in Zwolle, die het tuchtrecht in de branche verzorgt, sprak 21 keer de zwaarste sanctie van 'doorhaling' uit.[3]
- ▸ Doorhaling uit het BIG-register, het register waar alle medische zorgverleners instaan, is de zwaarste straf die het tuchtcollege kan opleggen.[4]
- Het woord doorhaling staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ doorhaling op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Weblink bron “Meer accountants uit beroep gezet” (Donderdag 28 maart 2013, 20:02), NOS - ↑
Weblink bron “Beroepsverbod voor tandarts Assen” (Dinsdag 22 oktober 2013, 16:21), NOS