doorhalen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • door·ha·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
doorhalen
/'dɔːrɦalə(n)/
haalde door
/'ɦaldə 'dɔːr/
doorgehaald
/'dɔːrɣəɦalt/
zwak -d volledig

Werkwoord

doorhalen

  1. overgankelijk een streep ergens doorheen zetten
    • De spelfouten in het dictee werden doorgehaald. 
  2. inergatief niet slapen
    • De jongens gebruikten keta en hebben doorgehaald. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.