dokteres

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

dokteres
Uitspraak
Woordafbreking
  • dok·te·res
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van dokter met het achtervoegsel -es
enkelvoud meervoud
naamwoord dokteres dokteressen
verkleinwoord dokteresje dokteresjes

Zelfstandig naamwoord

dokteres v

  1. (beroep) vrouwelijke arts

Gangbaarheid

42 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie