dogmata

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dog·ma·ta

Zelfstandig naamwoord

dogmata mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord dogma
Synoniemen


Tsjechisch

Zelfstandig naamwoord

dogmata

  1. nominatief meervoud van dogma
  2. accusatief meervoud van dogma
  3. vocatief meervoud van dogma