dodeman

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • do·de·man
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dodeman
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

dodeman m [1]

  1. veiligheidsfunctie van een apparaat of machine die er voor zorgt dat het apparaat stopt als de bediener van het apparaat onwel wordt
  2. levensgevaarlijke handeling of situatie
  3. iets dat vreselijk is
  4. (waterbeheer) Dikke bos rijshout waarvan de kern is gevuld met aarde, puin of afgekeurde stukken baksteen. Hij wordt staande gebruikt bij een afsluiting of horizontaal met een groot aantal andere dodemans op kabels gelegd tussen twee schepen waarna de kabels worden gevierd.
    • In een prijsverhandeling van 1771 over "De redenen der menigvuldige vallen of grondbraken in de zeedijken in Zeeland", door B. Nebbens, worden deze worsten aangeduid met den naam van doodemans. [2] 
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
68 % van de Vlamingen.[3]

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Van Breen (1920) Holland's rijshout, pp 235-236
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be