divisar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·vi·sar
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
divisar
divisaba
divisado
volledig

Werkwoord

divisar

  1. (overgankelijk) ontwaren, bespeuren, opmerken, bemerken, onderscheiden