discretie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dis·cre·tie
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘bescheidenheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1627 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord discretie discreties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

discretie v

  1. bescheidenheid of kiesheid
  2. geheimhouding
     Montebello zei dat hij discretie beschouwde als een heilig gebod en dat hij nimmer de aanvechting zou hebben om er blijk van te geven dat hij ervan op de hoogte was dat zij en ik collega's waren als hij niet gedreven werd door de overtuiging dat hij ons beiden daarmee een plezier zou doen.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen