dieptepunt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • diep·te·punt
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord dieptepunt dieptepunten
verkleinwoord dieptepuntje dieptepuntjes

Zelfstandig naamwoord

dieptepunt o [1]

  1. laagste punt (ook (figuurlijk))
     Chantals mondhoeken bereikten een dieptepunt toen ze het verhaal van Jeroens ruzie met Sander vertelde.[2]
  2. moment waarop iets het slechtst is
    • De populariteit van de president bereikte een nieuw dieptepunt in de peilingen. 
Antoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be