diaboliseren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • di·a·bo·li·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
diaboliseren
diaboliseerde
gediaboliseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

diaboliseren

  1. overgankelijk iets of iemand systematisch zeer ongunstig voorstellen
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie