dezen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·zen

Aanwijzend voornaamwoord

dezen

  1. meervoud van personen: deze mensen hier
    • Dezen bleken niet zo gemakkelijk te verslaan als hun voorgangers. 
  2. (verouderd) accusatief, datief m van deze
    «In dezen»
    In dit bepaalde geval
    «Te dezen»
    Met betrekking tot deze zaak
    «Bij dezen»
    Gebruikmakend van deze gelegenheid

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders;
53 % van de Vlamingen.