deux-pièces
Uiterlijk
- Geluid: deux-pièces (hulp, bestand)
- IPA: / dø'pjɛs / (2 lettergrepen)
- deux-·pi·è·ces of deux-·piè·ces
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘dameskostuum bestaande uit jasje en rok’ voor het eerst aangetroffen in 1950 [1]
- (samenkoppeling) van deux en pièces [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | deux-pièces | deux-pièces |
| verkleinwoord | deux-piècesje | deux-piècesjes |
de deux-pièces m
- Het woord deux-pièces staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenkoppeling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Kleding in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal