derailleur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Achterderailleur
Uitspraak
Woordafbreking
  • de·rail·leur
enkelvoud meervoud
naamwoord derailleur derailleurs
verkleinwoord - -
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘versnellingsmechanisme van een fiets’ voor het eerst aangetroffen in 1951 [1]
  • [2]

Zelfstandig naamwoord

derailleur m

  1. (techniek) versnellingsmechanisme dat de fietsketting aan het achterwiel of de trapas naar een groter of kleiner versnellingsblad leidt (en vice versa) en daardoor de overbrengsverhouding (het verzet) verandert

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
72 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen