denier

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·nier
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘garennummer’ voor het eerst aangetroffen in 1949 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord denier deniers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

denier m

  1. gewichtseenheid van draad in grammen per 9000 m [3]
Vertalingen

Gangbaarheid

44 % van de Nederlanders
22 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen