deining

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dei·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord deining deiningen
verkleinwoord deininkje deininkjes

Zelfstandig naamwoord

deining v

  1. een golvende beweging.
    • Er was een lichte deining op de kalme zee. 
     Het was nu nog eerder regel dan uitzondering dat de zwemvliezen boven het wateroppervlak uitkwamen en daar veel deining veroorzaakten.[1]
  2. een opschudding of beroering
    • De protestactie gaf deining in de maatschappij. 


Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be