deining

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dei·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord deining deiningen
verkleinwoord deininkje deininkjes

Zelfstandig naamwoord

deining v

  1. een golvende beweging.
    • Er was een lichte deining op de kalme zee. 
  2. een opschudding of beroering
    • De protestactie gaf deining in de maatschappij. 

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie