deelraad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • deel·raad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord deelraad deelraden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

deelraad m

  1. (politiek) soort gemeenteraad voor een stadsdeel
    • Dagmar Oudshoorn is de bakkende burgemeester van het stel. Vanaf 2010 zit ze met haar man Eelco in Uithoorn. Sinds een jaar woont adoptiezoontje Martien bij hen. Dagmar - voorheen voorzitter van de Rotterdamse deelraad Feijenoord - omschrijft zichzelf als gezelschapsmens en zet haar gezin op nummer 1. [1] 
    • Amsterdamse deelraad herdacht Mandela te vroeg: Stadsdeel Amsterdam Zuidoost heeft dinsdagavond tijdens de deelraadsvergadering een minuut stilte in acht genomen vanwege het overlijden van Nelson Mandela. Dat meldt Het Parool. De raad had ten onrechte geconcludeerd dat de Zuid-Afrikaanse oud-president in het ziekenhuis van Pretoria was gestorven. [2] 
    • Het dagelijks bestuur van de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord is maandagmiddag opgestapt. Aanleiding is het vrijdag verschenen rapport van het Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (BING). Het bestuur heeft zijn ontslag zelf gemeld in een brief aan de deelraad. [3] 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen