decrescendo

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • de·cres·cen·do
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘afnemend in sterkte’ voor het eerst aangetroffen in 1772 [1]
  • afgeleid van crescendo met het voorvoegsel de- [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord decrescendo decrescendo's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

decrescendo o

Bijwoord

decrescendo [3]

  1. (muziek) in afnemende sterkte
Antoniemen

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders;
79 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen