damschijf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

dammen met 20 witte en 20 zwarte damschijven
Uitspraak
Woordafbreking
  • dam·schijf
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord damschijf damschijven
verkleinwoord damschijfje damschijfjes

Zelfstandig naamwoord

damschijf v/m [1]

  1. een van de witte en zwarte schijven waarmee het damspel gespeeld wordt
    • In haar woonkamer staan veel dambekers. ,,Deze is niet mooi, wel heel belangrijk, wijst Chub op een zinken damschijf op een stuk hout met het opschrift `Dammer van het jaar 2002'. De mooiste trofee is een abstract houtsnijwerk dat een barnsteen omarmt. Een aandenken aan de Europese titel in Litouwen (2002), de belangrijkste prijs die Chub heeft gewonnen. Titelprolongatie op het EK voor vrouwen in Polen (september) staat hoog op haar verlanglijstje, evenals een goede prestatie dit NK. ,,Een goede graadmeter om te kijken wat ik waard ben. Na het Russisch kampioenschap is het NK het sterkst bezette nationale toernooi.[2] 
Synoniemen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. NRC Pieter de Vries 2 april 2004