dampen

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • dam·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
dampen
dampte
gedampt
zwak -t volledig

Werkwoord

dampen

  1. ergatief damp, geur produceren
    • Wacht tot de olie zo heet is, dat het dampt. 
    • De koffie dampt, de koekjes staan al te wachten. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

dampen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord damp

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be