Naar inhoud springen

crotte

Uit WikiWoordenboek
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  crotte     la crotte     crottes     les crottes  

crotte v

  1. (spreektaal) drol, keutel
    «Il y a des crottes de chien partout, c'est dégueu!»
    Overal liggen hondendrollen, wat smerig! [1]
  2. (spreektaal) armoede, ellende
    «Ces pauvres cons vivent dans la crotte
    Die stakkers wonen in de misère. [1]

crotte

  1. (kindertaal) potverdikkie! [1]
vervoeging van
crotter

crotte

  1. eerste en derde persoon enkelvoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van crotter
  2. eerste en derde persoon enkelvoud tegenwoordige aanvoegende wijs (subjonctif présent) van crotter
  3. tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs (impératif présent) van crotter