creosoot
Uiterlijk
- cre·o·soot
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | creosoot | creosoten |
| verkleinwoord | - | - |
- olieachtige vloeistof (steenkoolteerdistillaat) met conserverende eigenschappen
- Het woord creosoot staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "creosoot" herkend door:
| 39 % | van de Nederlanders; |
| 31 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "creosoot" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ creosoot op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 8
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 39 %
- Prevalentie Vlaanderen 31 %