corresponderen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cor·res·pon·de·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
corresponderen
correspondeerde
gecorrespondeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

corresponderen

  1. inergatief ~met: overeenstemmen met
    • De uitkomsten van het ATLAS- en CMS-experiment correspondeerden zo goed dat met de aanwezigheid van het Higgs-boson zeer waarschijnlijk achtte. 
  2. inergatief het houden van een briefwisseling
    • Deze schrijver correspondeerde met veel beroemde wetenschappers. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen