coax

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

1. Binnengeleider, 2. isolatiemateriaal, 3. buitengeleider, 4. mantel.
Uitspraak
Woordafbreking
  • co·ax
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord coax coaxen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

coax m

  1. verkorting van coaxkabel een kabel met twee electrische geleiders, één in het midden en de tweede als een koker daarom heen
    • Zij nemen alle coax-abonnees over. En bieden vervolgens een glasvezelpakket aan dat nog goedkoper is dan het coax-pakket. [1] 
    • CBizz levert voor particulieren een 3 in 1 pakket met 50/5Mbps internetsnelheid, 68 digitale tv-zenders en twee telefonielijnen met twee nummers, voor 37,50 per maand in het eerste jaar. Daarna gaat de prijs omhoog naar 44,95 per maand. Coax-klanten kunnen zodra ze dat willen gratis overstappen van coax naar glasvezel. [2] 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen