coaxkabel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een coaxkabel opengemaakt

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • co·ax·ka·bel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord coaxkabel coaxkabels
verkleinwoord coaxkabeltje coaxkabeltjes

Zelfstandig naamwoord

coaxkabel m

  1. (elektronica) een asymmetrische kabel waarvan de twee geleiders cilindrisch om elkaar heen geconstrueerd zijn met een diëlektricum (isolatiemateriaal) ertussen waarbij de buitenmantel afschermt tegen externe storende invloeden
    • Dit kan beter met een coaxkabel gedaan worden, die is ongevoeliger voor het oppikken van stoorsignalen. 
Antoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.

Meer informatie