coat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • coat
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
coaten

coat

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van coaten
  2. gebiedende wijs van coaten

Gangbaarheid

81 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
coat coats

Zelfstandig naamwoord

coat

  1. jas