circulair

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cir·cu·lair
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen circulair circulairder circulairst
verbogen circulaire circulairdere circulairste
partitief circulairs circulairders -

Bijvoeglijk naamwoord

circulair

  1. met betrekking tot een cirkel
  2. cirkelvormig
  3. in een kring rondgaand
    • De onderzoeker van Stichting Biosfeer denkt dat Nederland terug moet naar circulaire landbouw. "Dus alle veevoer weer hier verbouwen en niet kopen in het buitenland, zoals nu", zegt Van den Burg. Veel voer voor dieren wordt geïmporteerd, bijvoorbeeld in de vorm van soja. "Veevoer importeren, is stikstof importeren."[1] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen