centralisatie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cen·tra·li·sa·tie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord centralisatie centralisaties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

centralisatie v

  1. samentrekking in één punt, vereniging in één persoon of in één lichaam
Synoniemen
Antoniemen


Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie