centraliseren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • cen·tra·li·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
centraliseren
centraliseerde
gecentraliseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

centraliseren

  1. (overgankelijk) op één punt samenbrengen
    Het bestuur van de stad is gecentraliseerd.
Antoniemen
Vertalingen