cadet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[1] cadetten
Uitspraak
Woordafbreking
  • ca·det
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘student aan militaire school’ voor het eerst aangetroffen in 1868 [1]
  • Leenwoord uit het Frans. [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord cadet cadets
cadetten
verkleinwoord cadetje cadetjes

Zelfstandig naamwoord

cadet m

  1. een student aan een militaire school
    • De cadetten aan de militaire school studeren in juli af. 
  2. (België) een jonge sportbeoefenaar
    • De cadetten speelden een vrienschappelijke wedstrijd. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
86 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen