burg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • burg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord burg burgen
verkleinwoord burgje burgjes

Zelfstandig naamwoord

burg m [2]

  1. burcht
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

79 % van de Nederlanders
73 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord burg burge

Zelfstandig naamwoord

burg

  1. burcht
    «Hammershus was 'n versterkte burg aan die noordweskus van die Deense Oossee-eiland Bornholm.»
    Hammershus was een versterkte burcht aan de noordwestkust van het Deense Oostzee-eiland Bornholm.