bukskin

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • buk·skin
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bukskin bukskins
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bukskin o

  1. (textielindustrie) (geschiedenis) dik en sterk weefsel dat helemaal of voor een deel uit wol bestaat die gekeperd is geweven, samengeperst, wat geruwd en aan één kant geschoren; meestal gebruik voor herenkleding die slijtvast moet zijn
    • We memoreren dat er twee 'leersoorten' zijn die niet in onze indeling passen. Bergleder is geen leer, maar een in dikke platen voorkomende vorm van amicanthus — asbest. En wolleer of bukskin is echt een (sterk gekeperde) geweven wollen stof. [3]
Schrijfwijzen
Synoniemen

Gangbaarheid

10 % van de Nederlanders;
7 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen