buitenlands

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bui·ten·lands
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen buitenlands buitenlandser buitenlandst
verbogen buitenlandse buitenlandsere buitenlandste
partitief buitenlands buitenlandsers -

Bijvoeglijk naamwoord

buitenlands

  1. op het buitenland betrekking hebbend
    • Iran gaf buitenlandse inmenging de schuld van de nasleep van de verkiezingen van 2009. 
    • Nederlanders gaan steeds vaker en verder weg met hun buitenlandse vakanties. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.