buitengaats

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bui·ten·gaats
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen buitengaats
verbogen buitengaatse

Bijvoeglijk naamwoord

buitengaats [1]

  1. (scheepvaart) in volle zee, buiten het zeegat
    • Het buitengaatse deel van de vloot werd geteisterd door een zware storm. 

Bijwoord

buitengaats

  1. (scheepvaart) buiten het zeegat, in volle zee
    • Het schip werd buitengaats gerepareerd. 

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
42 % van de Vlamingen.

Verwijzingen